De gewonde kwestie

een allegorie (25 november 2015)


De gewonde werd op een brancard het ziekenhuis binnengereden. Vanuit de eerste hulp werd vrijwel onmiddellijk doorgereden naar de operatiezaal. Het verkeersongeval had flinke inwendige schade veroorzaakt; pas tijdens een operatie kon de stand van zaken goed worden opgenomen.
De diensthebbende chirurgen waren Draghi en Dijsselbloem, bijgestaan door een assistent. Tijdens de operatie zagen zij al snel dat de verwondingen meevielen; het ergste waren een geperforeerde darm en een gescheurde milt. Beide konden worden hersteld en een volledige herrijzenis van de patiënt lag in het verschiet.

Toen liep een intensivist de operatiezaal binnen. Ze begon onmiddellijk over enkele andere patiënten waar het ziekenhuis mee te maken had.
"We hebben twee patiënten op de wachtlijst die dringend een nieuwe nier nodig hebben, anders gaan ze het niet langer redden. Daarnaast hebben we hier iemand die een harttransplantatie nodig heeft en een ander heeft dringend een nieuwe lever nodig. Het lijkt erop dat de nu openliggende patiënt alle genoemde organen aan boord heeft en nog heel ook."
"Correct," zei Dijsselbloem. "Ik begrijp uw suggestie. Laat ons kort overleggen."
Dijsselbloem, Draghi en de assistent droegen de openliggende patiënt voor enkele minuten over aan een collega. Het drietal liep het kantoortje naast de operatiekamer binnen, sloten de deur en deden hun mondkapjes af.

Ze hadden weinig tijd, dus Draghi kwam meteen ter zake. Hij redeneerde hardop: "Doorgaan met het herstel van de openliggende patiënt redt één mensenleven. De operatie afbreken, de benodigde organen eruit halen en hergebruiken redt vier mensenlevens. Dat is een factor vier hoger. De keuze is wat mij betreft snel gemaakt."
Dijsselbloem knikte instemmend. "Wij moeten inderdaad zoveel mogelijk mensen redden. Maar ook de economische effecten tellen. Orgaantransplantaties zijn een groeimarkt. Daarin wil dit ziekenhuis zich stevig positioneren."

De operatieassistent reageerde onthutst: "Maar u kunt dat toch niet zomaar doen?! U kunt toch niet moedwillig deze patiënt laten sterven?"
"Ho ho," repliceerde Dijsselbloem op de hem kenmerkende rustige, zakelijke toon. "Deze patiënt heeft zich dit in de eerste plaats zelf aangedaan. Ik vernam van de politie dat hij hoogstwaarschijnlijk geen voorrang heeft verleend. Het enige dat je van ons kunt zeggen, is dat we de verantwoordelijkheid voor de gevolgen daarvan bij de patiënt laten. Eigen verantwoordelijkheid is een heel normaal uitgangspunt."
De ontsteltenis bij de assistent nam met deze woorden alleen maar toe. Hij riep uit: "Wat u nu wilt doen, is fout! Het doet er niet toe waarom de patiënt hier ligt! Het moet de roeping van de arts zijn om een openliggende patiënt beter te maken, ongeacht andere overwegingen. Mijn ideale ziekenhuis is een huis waarin mensen erop kunnen vertrouwen dat zij zo goed mogelijk worden geholpen!"
Dijsselbloem en Draghi zuchtten beiden heel diep. Daarna schamperde Draghi: "Daar heb je weer zo'n ideoloog, zo'n gutmensch die zich op misplaatste gronden moreel superieur acht aan de degenen die aan het roer staan!"
Dijsselbloem voegde er bloedserieus aan toe, de assistent strak aankijkend: "Luister nu even heel goed: aan ideologische vergezichten hebben wij niets. Een ideologie is als een olifant die ons het uitzicht beneemt. En ons huidige uitzicht is simpel en urgent: we kunnen hier niet één, maar vier mensenlevens redden. We moeten handelen, we moeten aanpakken. Die andere vier moeten we toch ook helpen? Nou dan. De morele vinger geneest niemand."

De assistent negeerde deze woorden en confronteerde Dijsselbloem met zijn opmerking van twee minuten geleden: "Ik vind het walgelijk dat u markttechnische overwegingen noemt bij keuzes over leven en dood van patiënten."
Het was Draghi die deze overwegingen van Dijsselbloem verdedigde. Zonder een spoor van aarzeling zei hij: "Je suggereert een tegenstelling die er niet is. Wie denkt aan de markt, denkt ook aan de moraal. Dit ziekenhuis heeft simpelweg voldoende omzet nodig om uberhaupt te kunnen voortbestaan. Als wij groeimarkten aan ons voorbij laten gaan, dan redden we het niet en heeft deze stad straks ook geen ziekenhuis meer voor de minder rendabele ingrepen. Hoe ga je dat aan de bevolking uitleggen?"
Dijsselbloem voegde er direct aan toe: "Je houdt er tamelijk populistische, misschien zelfs extremistische opvattingen op na. We moeten eens intern bespreken in hoeverre je een gevaar bent voor dit ziekenhuis."

De assistent begon zich nu toch langzaamaan uit het veld geslagen te voelen. Hij was verbaasd, verbolgen, verontwaardigd. Wanhopig riep hij uit: "Maar je hebt de patiënt niet eens wat gevraagd! Je laat hem sterven zonder zijn toestemming!"
Draghi zette daarop zijn meest gezaghebbende gezichtsuitdrukking op. "Meneer de assistent, wat een naïeve suggestie. Het is zinloos om dit vooraf aan de patiënt te vragen. Natuurlijk zou hij niet akkoord gaan. Maar dat verandert niets aan de logica van ons besluit. Je moet altijd oppassen met het consulteren van patiënten. Als we hem hadden gevraagd of hij voortaan gratis bier wilde, had hij ook ja gezegd. Je moet patiënten het beleid van ziekenhuizen niet laten bepalen. Ze overzien niet wat haalbaar is."
Dijsselbloem viel hem bij. "Je moet een patiënt geen worst voorhouden, als je uit rationele overwegingen weet dat die worst geen verstandige keuze is. Dat is demagogie. En demagogie, dat is pas immoreel!"

De assistent waarschuwde met wanhopige blik: "Als je dit werkelijk doet en het raakt bekend, dan durft er straks niemand meer het ziekenhuis in."
"Een loze waarschuwing," antwoordde Dijsselbloem. "Patiënten als deze hebben geen keuze. Zonder ziekenhuis was hij al dood geweest. Laat ik jou eens een vraag stellen: ga jij het die vier anderen vertellen dat ze door jou geen organen krijgen? Ga jij hen ze hun eigen overlijdensberichten brengen?"

Schaakmat, zo langzamerhand. De assistent kon geen woord meer uitbrengen. Hij kon niet langer op tegen de harde logica van Draghi en Dijsselbloem. Je kon merken dat ze er goed over hadden nagedacht. Misschien moest hij wat meer vertrouwen hebben in het deskundige oordeel van mensen die ervoor hebben doorgeleerd. Dat de op handen zijnde keuze in zijn onderbuik nog steeds niet goed voelde, moest hij dan maar voor lief nemen. Het gevoel is nu eenmaal lang niet altijd een goede raadgever.

Draghi en Dijsselbloem keken de assistent strak aan.

De assistent staarde met wijd openstaande ogen uit het raam.

"Laten we de organen eruit halen," mompelde de assistent zacht. "Ik zal jullie er zo goed mogelijk bij helpen."

Dijsselbloem en Draghi zetten een glimlach op en complimenteerden de assistent met zijn pragmatische houding. Dijsselbloem sprak op vaderlijke wijze: "Met dogmatici kun je niet samenwerken, maar met jou gelukkig wel. We zijn erg blij met dit akkoord en zullen zorgen dat alles goed komt. Als je tegen was gebleven, hadden we uit alle macht een andere assistent moeten zoeken en die tijd hebben we eigenlijk helemaal niet. Kom, aan het werk!"

En zo kon het gebeuren dat de technocratie en het utilarisme, die al dominant waren geworden in de sociaal-economische en financiële politiek, nu ook zijn intrede deden in de medische wereld. Logisch: de achterliggende uitgangspunten bezitten een krachtige algemene geldigheid. Dat de consequenties van die uitgangspunten bij velen een negatief onderbuikgevoel veroorzaken, is een irrelevante eigenaardigheid van de menselijke geest, die naar alle hoop en waarschijnlijkheid langzaamaan zal uitsterven. Want onderbuikgevoelens mogen de vorming van een ideale wereld niet in de weg staan.



terug naar boven