De Wijkengids

recensie (4 november 2013)


De kort geleden uitgebrachte wijkengids is een vreemdsoortig ding. Wat is dit nieuwste product van het Nicis en het ministerie van BZK nu eigenlijk? Een evaluatierapport? Een encyclopedie? Een beleidskader? Een adviezenbundel? Het lijkt een beetje een mengelmoes van alles. Dat maakt het lastig om 'm op waarde te schatten. Ik doe toch een poging.

Allereerst valt op dat de wijkengids niet op papier verkrijgbaar is. Het is inmiddels 2012, lijken de uitgevers te hebben gedacht. En inderdaad: de wijkengids heeft bij mij persoonlijk het Nieuwe Werken een zetje gegeven: voor het eerst ging ik met laptop de trein in. Tijdens die treinritten zag ik direct of indirect vele bekenden voorbijkomen: het Rigorapport over de omslagpunten in wijkontwikkeling, de leefbaarometer, de Engelse trusts, het zooitje ongeregeld van Klaas Mulder, 'De wijk nemen' van het RMO, het rendement van zalmgedrag van Daniel Giltay Veth, de Maatschappelijke Kosten-Baten-Analyse. De wijkengids heeft inderdaad al het relevante dat de afgelopen tijd in ons vak de revue is gepasseerd bijeen geharkt.

Alle ervaringen van de laatste jaren vertaalt de wijkengids in tips en adviezen. Wat werkt, wat is van belang, en wat werkt niet? Dat levert een reeks aan stellingen op die zijn te verdelen in grofweg drie categorieen: genuanceerde stellingen, stellige stellingen en open deuren. Een voorbeeld van de eerste is: 'de verkoop van sociale huurwoningen helpt, maar niet voor iedereen'. Tsja. Het nadeel van nuances is dat ze je met dezelfde twijfel achterlaten als waarmee je het lezen was begonnen. Interessanter zijn daarom de stellige stellingen, die zo nu en dan origineel of verrassend uitpakken:

- werk consequent vanuit de leefwereld van bewoners.
- verschuif van rapportageplicht naar het nemen van verantwoording.
- sectorale diensten moeten geen taakorganisatie zijn, maar een capaciteitsorganisatie.
- nieuwe aanpakken niet uitrollen, maar laten groeien.
- overheidscommunicatie is meestal niet in staat om de perceptie van de burger te veranderen.
- successen drijven vaak op personen ('best persons'), en niet op structuren.
- achter de voordeur-aanpak helpt echt, en er moeten 'best persons' voor worden ingezet.
- bewonersvouchers werken eveneens.
- schoon, heel en veilig en betrouwbare wijkprofessionals zijn de hoogste prioriteit in de wijkenaanpak.

De lezer van de wijkengids passeert ook de nodige open deuren: "maak heldere keuzes", "wees open en eerlijk", "kom afspraken na", "focus op resultaat", enzovoorts. Adviezen voegen meestal alleen wat toe als het tegenovergestelde ervan ook een reele optie is. 'Wees vaag en oneerlijk, vergeet afspraken, vermijd resultaat': als de tegenoverstellingen absurd klinken, heb je grote kans een open deur in je handen te hebben. Sommige adviezen lijken elkaar ook wat tegen te spreken. "Zorg voor stevige bestuurlijke rugdekking" verhoudt zich bijvoorbeeld matig tot "wacht niet met starten tot alles geregeld is". Af en toe bevat de wijkengids overigens vreemde doublures, met name rond de pagina's 40-45. Of ligt dat aan mijn selectiewijze op de website?

De stellingen waar ik het beste gevoel over kreeg, gingen over de wijkwerker in relatie tot de sectorale organisatie. Het stadhuis dient de wijkwerker het vertrouwen en de rugdekking te geven die nodig zijn om verantwoordelijkheid te nemen. De wijkwerker dient zo min mogelijk te worden belast met interne procedures, om meer aandacht aan wijkprocessen te kunnen geven. Wijkgericht werken biedt kansen om sectorale schotten te overstijgen en biedt het noodzakelijke tegenwicht tegen ingesleten routines van de bestaande organisatie. Ha! En als je dan ook nog leest dat de beste mensen ('best persons') moeten worden gereserveerd voor de 'frontlijn', dan ga je als wijkwerker bijna naast je schoenen lopen. De wijkengids bevestigt grotendeels mijn favoriete werkwijze: informeel, in vertrouwen, niet vanuit gestaalde kaders en regels, van buiten naar binnen, en klein beginnen.

De wijkengids lijkt de definitieve brug te hebben geslagen tussen stedelijke vernieuwing en wijkgericht werken, tussen ontwikkeling en beheer. Dat werd hoog tijd. Deze brug geeft het wijkgericht werken de stevige legitimatie die het nodig heeft in bezuinigingstijd. Wie de wijkengids leest, krijgt de stellige indruk dat de wijkaanpak van groot belang blijft. En dat terwijl er zoveel verantwoordelijkheid bij de burger wordt gelegd! Want dat doet de wijkengids ook: het zet burgerkracht neer als het nieuwe geloof. Voor wie er nog aan twijfelde: het pamperen van overheidswege is zooooo 20e eeuw. En toch, wat staat ondanks die nadruk op de burger de gemeente nog ontzettend centraal in wijkvraagstukken. Steeds centraler, lijkt wel, met al die extra taken die op gemeenten afkomen. Ook dat is een gevoel dat je overhoudt na het lezen van de wijkengids. Burger en gemeente lijken een vruchtbare tandem te moeten gaan vormen in de wijkenaanpak, waarbij continu haasje-over wordt gespeeld, met de wijkwerker als verbindingsofficier.

Je zou kunnen zeggen dat de wijk qua thema's de hele wereld omvat. Bijna alles wat gebeurt, gebeurt ook in een wijk. Dat merk je aan de wijkengids. Die waaiert erg uit: hangjongeren, gezondheid, woonbeleid, cultuur, veiligheid, economie, enzovoorts. Toch is de wijkengids compact. Dat wordt mede bereikt door op veel plekken te verwijzen naar andere documenten. Maar het wordt ook bereikt door diepgang weg te laten. Contextbeschrijvingen ontbreken, argumenten vaak ook. Daar is ongetwijfeld bewust voor gekozen. Het is een aardige poging om complex beleid te modelleren naar het twittertijdperk. De vorm is daarmee vernieuwender dan de inhoud. De ervaren wijkprofessional zal er weinig baanbrekends in lezen. Het is soms koddig hoe iets een experiment wordt genoemd, terwijl het vraagstuk en de aanpak er in de jaren zeventig ook al waren.

Tot slot de vraag voor wie de wijkengids nu eigenlijk is geschreven. Je zou zeggen: voor de wijkprofessional, maar veel adviezen zou ik liever aan sectormanagers adresseren. En er zit ook een pagina in met tips voor bewoners. Ikzelf vind 'm het meest geschikt voor de beginnende wijkprofessional, of voor de sectormanager die zich realiseert dat hij niet langer om wijkgericht werken heen kan. De wijkengids biedt voor de half-ingewijden een handzaam totaaloverzicht van de wijkaanpak als 'vak'. Een moeilijk vak, zoveel is wel duidelijk na het lezen ervan. En dat mag ook weleens gezegd worden.



terug naar boven