Waar mogelijk

(9 april 2015)


In veel ambtelijke of politieke teksten en toespraken kom je de zinsnede 'waar mogelijk' tegen. Voorbeeld: "We gaan de kwestie inventariseren en waar mogelijk maatregelen nemen om verdere problemen te voorkomen."

Je zou er zo overheen lezen, maar waarom staat dat 'waar mogelijk' er eigenlijk?

Klaarblijkelijk wil de schrijver een onderscheid maken ten opzichte van een situatie waar maatregelen niet mogelijk zijn. Is dat zinvol? Dat hangt van de aard van die andere optie af. "Wij nemen maatregelen, maar alleen waar ze onmogelijk zijn." Nee, omgekeerd kan het natuurlijk niet. Je kunt alleen maar dingen doen die mogelijk zijn. "Ik ga op vakantie volgende week, maar alleen als het vakantie-eiland niet in zee is weggezonken." Ja, logisch. Overbodig te melden, toch? Het onmogelijke doen is voorbehouden aan fantasten en sprookjesfiguren. Maar waarom wordt 'waar mogelijk' dan zo vaak gebruikt?

Dit voorbehoud wordt natuurlijk gemaakt om twijfel over de mogelijkheid te zaaien, of om ervoor te waarschuwen dat het niet gemakkelijk zal worden. Men wil zich met deze schijnbaar zinloze toevoeging dus een beetje indekken. Want maatregelen zouden ook weleens op niets uit kunnen lopen. Niet voor niets kom je deze zinsnede vooral tegen in politiek-ambtelijke stukken, want daar komen indekkingen het meest voor. Op zichzelf is dat niet erg, maar er zijn fraaiere en duidelijker manieren om twijfel te zaaien. Bijvoorbeeld: "Het zal moeilijk worden, maar we doen ons best om maatregelen te nemen." Of: "Als het ons lukt, nemen we maatregelen."

Maar ja: termen als 'ons best doen' en 'als het ons lukt' hebben iets van een ploeterende, krampachtige overheid. 'Waar mogelijk' klinkt sterker, soeveneiner. Technischer en neutraler ook. Want als maatregelen uitblijven, dan komt dat niet doordat we ons best niet hebben gedaan of omdat het mislukt is. Nee, het kon gewoon niet. Met de term 'waar mogelijk' wordt de werkelijkheid gereduceerd tot een zwart-wit-voorstelling: dingen zijn mogelijk of niet. Alle grijstinten die een persoonlijke afweging impliceren (prioriteit, mening, moeite, ambitie, offerbereidheid) hef je ermee op. Daarmee leg je de crux van het vraagstuk buiten jezelf. Slim bedacht: beleid als technocratisch proces, waarbij de bestuurder slechts doet en laat wat objectief en onvermijdelijk is. Dat vermijdt heel handig dat hij persoonlijk ter verantwoording kan worden geroepen.

Het wordt pas echt erg als de steller zich bedient van een dubbele indekking. Toch komt het regelmatig voor. Dan staat er bijvoorbeeld: "We gaan de kwestie inventariseren en waar mogelijk maatregelen proberen te nemen om verdere problemen te voorkomen." Nu staat er dus eigenlijk dat je het 'waar mogelijk probeert'. Je twijfelt er dus aan of het uberhaupt mogelijk is dat het wordt geprobeerd. Maar proberen kan altijd, toch? Ja, proberen is altijd een ware mogelijkheid.


De volgorde van het gelijk

(13 april 2013)


C'est le ton qui fait la musique, zeggen de Fransen. Ofwel: als je iets met je opmerkingen wilt bereiken, dan is het vooral belangrijk hoe je iets zegt. Je zou daaraan kunnen toevoegen: en de volgorde waarin je iets zegt. Een voorbeeld. In een tijdschrift stond eens in een column: 'Linkse mensen hebben er een handje van om het probleem tot een overheidsprobleem te maken.' Om welk probleem het gaat, doet nu even niet ter zake. Indien je jezelf als een linkse lezer beschouwt, zou je in deze column na het woord 'van' waarschijnlijk niet meer zijn geïnteresseerd in de rest van de zin. Ergens 'een handje van hebben' heeft immers de lading van kinderlijke onverstandigheid, of van irritant gedrag. Je wordt door de schrijver dus niet serieus genomen. Dan heb je ook geen zin meer om de schrijver serieus te nemen. Weg met die column! En linkse mensen die wel doorlezen, doen dat waarschijnlijk vooral om zich op te laden om de schrijver in gedachten - of in een ingezonden reactie - eens flink van katoen te geven. Een loopgravenoorlog is begonnen, met vaak slechts verliezers als resultaat.

Het is belangrijk om je te realiseren voor wie je je tekst schrijft. Is het louter bedoeld om in rechtse kringen eens lekker tegen links aan te schoppen, dan zijn respectloze formuleringen prima en gelden er geen grenzen. Wil je links overtuigen van je gelijk, dan is zo'n begin dodelijk. Overtuigen is een behoedzaam spel. Eerst sympathie en vertrouwen winnen, dan de boodschap, dan pas de kwalificatie. Vergelijk het met de schaakstijl van Anatoli Karpov, die zijn tegenstander in slaap kon sussen met vele kleine, ogenschijnlijk onbeduidende zetten, totdat de tegenstander op zeker moment tot de ontluisterende conclusie kwam dat hij verloren stond en er vrijwel niets meer aan te doen was. Subtiel kan uitermate krachtig zijn.

Ooit las ik in een krant een ingezonden brief van iemand die aanvullende historische informatie gaf op een kort daarvoor gepubliceerd artikel van Leon de Winter. Het begin van de brief las als een goedwillende informatieservice voor de neutrale lezer. Maar toen kwam de eerste wending: de aanvullende informatie bleek de boodschap van De Winter in een volledig ander daglicht te stellen. De Winters conclusies verloren hun geldigheid. Aan het slot kwam de volgende, fatale wending. De laatste zin van de brief luidde: "Aangezien De Winter dit ongetwijfeld ook weet,..." (nog steeds positief geformuleerd, bijna complimenteus aan de erudiete De Winter, de lezer zit nog steeds rustig op zijn stoel) "moet worden getwijfeld aan zijn integriteit."

Pats. Boem. De genadeslag uit het niets. Prachtig. Zorgvuldig voorbereid zonder dat de lezer het in de gaten had. De aanval was hard, want niets treft mensen dieper dan een openlijke aanval op hun integriteit. Maar, ervan uitgaande dat de briefschrijver het historisch gezien bij het rechte eind had (ik heb dat toen niet uitgezocht, daar gaat het me hier ook niet om, en evenmin om Leon de Winter), was vooral de opbouw van zijn aanval geniaal. Veel sterker dan een betweterige tirade vanaf de eerste regel. Een dergelijke brief laat zien dat de pen sterker is dan het zwaard. Voor wie 'm scherp hanteert.


Spelen met taal

(24 maart 2013)


Het volgende citaat is meer aandacht waard dan je zou denken:

"Sneijder passte loepzuiver naar Kuijt. De Katwijker zette knap voor, waarna Van Persie scoorde."

De eerste zin is volstrekt duidelijk. Je ziet de bal als het ware van Sneijder naar Kuijt gaan. Maar dan wordt het verwarrend. Opeens heeft de Katwijker de bal, terwijl je dacht dat Kuijt hem had. Heeft Kuijt de bal nu, of de Katwijker? Als de Katwijker de bal van Kuijt heeft gekregen, dan had dat in een tussenzin moeten worden vermeld. Er wordt met de Katwijker een nieuwe persoon geïntroduceerd, terwijl de lezer niet weet in welke relatie hij staat tot Kuijt, laat staan tot Sneijder.

'Schei toch uit', denkt de voetbalkenner nu: die Katwijker is Kuijt zelf. Iedereen weet toch dat Kuijt uit Katwijk komt? De Katwijker is gewoon een andere manier om Kuijt aan te duiden. Maar als dit inderdaad het geval is, veronderstelt deze zinsconstructie een bepaalde voorkennis. Want natuurlijk weet niet iedereen dat Kuijt uit Katwijk komt. Klaarblijkelijk hecht de schrijver er geen waarde aan dat ook niet-ingewijden dit stukje begrijpen. Maar dan blijft de vraag waarom de schrijver met deze onnodige woordkeuze de niet-ingewijde zo doelbewust uitsluit. Hij had ook kunnen schrijven: "... loepzuiver naar Kuijt. Kuijt komt uit Katwijk. De Katwijker zette knap voor..." Dan was het voor iedereen duidelijk geweest en had de schrijver een breder lezerspubliek aan zich kunnen binden.

De taalstylist zal nu echter zeggen dat deze suggestie een draak van een zinsconstructie oplevert. Die tussenzin dat Kuijt uit Katwijk komt, leest als een volslagen onlogisch obstakel in een goedlopend voetbalverslag. Informatief klopt het weliswaar, maar daar gaat het niet alleen om. Je meldt ook niet lukraak middenin je voetbalverslag dat Kuijts lievelingsgerecht bruine bonen is, of bij wijze van spreken dat de zon vijftien miljoen kilometer van de aarde verwijderd is. Er moet wel een bepaalde lijn in een artikel zitten.

Maar als dat zo is, waarom wordt er dan überhaupt melding van gemaakt dat Kuijt een Katwijker is? Dat voegt toch niets toe aan het voetbalverslag? Laat Kuijt gewoon Kuijt blijven. Dan is alles opgelost. Je krijgt dan: "Sneijder passte loepzuiver naar Kuijt. Kuijt zette knap voor, waarna Van Persie scoorde."

Niets mis mee, ook al mis je nu informatie over de geboortestreek van Kuijt. Toch is het opnieuw de taalstylist die hier een klein bezwaar tegen zal maken. Goedlopende teksten behoren namelijk niet te vaak in herhalingen te vervallen. Het gaat irriteren als de lezer in vijf regels tienmaal 'Kuijt' leest, en zeker als het woord, zoals hier, tweemaal achter elkaar wordt geschreven. Daarom zoekt de schrijver af en toe naar andere woorden om hetzelfde mee aan te duiden. In ons geval kan hij dat ook doen door de tweede Kuijt te vervangen door 'hij', maar dat is hier geen goede oplossing, omdat dan niet geheel duidelijk is of met die 'hij' Kuijt of Sneijder wordt bedoeld. Dit probleem kan op de volgende wijze worden ondervangen:

"Sneijder passte loepzuiver naar Kuijt. Laatstgenoemde zette knap voor, waarna Van Persie scoorde."

Tsja, er valt weinig tegenin te brengen. Of toch? Het is alweer de taalstylist die bezwaren maakt. Deze oplossing 'bekt' niet lekker. Hoewel het correct is, is het wat stijf en formeel. Het is als het ware tè correct. Toegegeven: het zijn vage bezwaren, maar toch.

Laten we er verder geen doekjes om winden. De zin waar dit stukje mee begon, is gewoon geoorloofd, omdat deze zinsconstructie zeer gebruikelijk is geworden. Ook de niet-ingewijde snapt daarom onmiddellijk dat met de Katwijker Kuijt wordt bedoeld. Daarmee worden drie vliegen in één klap geslagen: het voorkomt herhaling, het is stylistisch fraai èn het geeft voor de niet-ingewijde extra informatie omtrent de persoon zonder dat het een extra zin kost. Daarom is deze zinsconstructie zo populair geworden. Zo populair, dat de oplossing zich tegen zichzelf dreigt te keren. Het is een uitgemolken oplossing, cliché-taalgebruik. Niet origineel meer. En daardoor stylistisch aan aftakeling onderhevig. Wie verzint een frisse, nieuwe oplossing?

Tot slot nog dit: de ingewijde weet ook dat Kuijt momenteel in Turkije voetbalt. Hij is dus eigenlijk helemaal geen Katwijker, maar een Turk. Hij was een Katwijker. Je zou natuurlijk nog een discussie kunnen wijden aan de vraag of de geboorteplaats of de woonplaats maatgevend moet zijn voor de geografische aanduiding van een persoon. Maar voor nu is het mooi geweest.


terug naar boven